De Persruimte
Dat alle echte filosofie Europees is, bedachten we pas tweehonderd jaar geleden

Dat alle echte filosofie Europees is, bedachten we pas tweehonderd jaar geleden

In het onderwijs klinkt steeds vaker de roep om niet-westerse denkers, van Confucius tot de Afrikaanse Ubuntu-filosofie, een plek te geven in het filosofieonderwijs. Dat lijkt een moderne, progressieve stap. Volgens filosoof Friso Timmenga van de Rijksuniversiteit Groningen Campus Fryslân is he...

D
23 oktober 2026, 02:00 · 4 min lezen
Dat alle echte filosofie Europees is, bedachten we pas tweehonderd jaar geleden
Dat alle echte filosofie Europees is, bedachten we pas tweehonderd jaar geleden

In het onderwijs klinkt steeds vaker de roep om niet-westerse denkers, van Confucius tot de Afrikaanse Ubuntu-filosofie, een plek te geven in het filosofieonderwijs. Dat lijkt een moderne, progressieve stap. Volgens filosoof Friso Timmenga van de Rijksuniversiteit Groningen Campus Fryslân is het eerder een terugkeer. Het idee dat alle echte filosofie Europees is en de rest spiritueel of mystiek, ontstond pas begin negentiende eeuw. Dat vertelt Timmenga in de derde aflevering van de wetenschapspodcast Het Lekenpraatje, over zijn promotieonderzoek Learning to Think Differently.

Een terugkeer, geen vernieuwing

Toen Europeanen tijdens de ontdekkingsreizen in aanraking kwamen met het denken in China, Latijns-Amerika en Afrika, waren het vooral jezuïeten die wilden begrijpen hoe daar gedacht werd. Ze deden dat om mensen te kunnen bekeren. Wat ze aantroffen, noemden ze gewoon filosofie. Pas begin negentiende eeuw ontstond de claim dat filosofie iets Europees is en dat denken van buiten Europa niet logisch of serieus genoeg is om voor filosofie door te gaan.

Timmenga: "Tegenwoordig denken we dat het verbreden van de filosofie heel modern en progressief is. Maar je kunt ook zeggen dat het een terugkeer is naar de tijd dat we voor het eerst in aanraking kwamen met die andere denktradities."

"Voeg gewoon Confucius toe"
Culturele verbreding klinkt eenvoudig, maar roept volgens Timmenga lastige vragen op. Kun je een denkwijze begrijpen waar je zelf buiten staat? Hij wijst op de boeken over Japanse esthetiek die in Nederlandse boekwinkels liggen. Wie het daarover heeft, gebruikt al een begrip dat in het Japans niet bestond vóór de verwestersing van het land. Ook woorden als "mooi" en "lelijk" hebben er geen één-op-één tegenhanger.

Een neutraal standpunt van waaruit je alle tradities kunt overzien, bestaat volgens hem niet: je stapt altijd met je eigen begrippen een gesprek binnen. Dat maakt zo'n gesprek niet zinloos, zolang je je bewust bent van die beperking.

Tas op schoot, ook in een lege trein
Tijdens een verblijf in Japan ervoer Timmenga het verschil zelf. Een visitekaartje geef je met twee handen en neem je met twee handen aan. In de trein gaat je tas op schoot, hoe leeg de wagon ook is.

Nederlanders maken volgens hem graag onderscheid tussen wat er echt toe doet en wat bijzaak is, en omgangsvormen belanden vaak in die tweede categorie. In het Japanse denken zit de essentie juist in die beleefdheid. Tegelijk merkte hij daar hoe Nederlands hij zelf is: op een gegeven moment denk je toch dat het wel even goed is zo.

Wie ben je zonder relaties?
Een klein verschil in denken kan grote gevolgen hebben. Timmenga verwijst naar het werk van filosoof Thomas Kasulis. Die laat zien dat het westerse denken relaties tussen mensen vaak ziet als iets wat er later bijkomt. Neem het sociaal contract: autonome individuen spreken met elkaar af een staat te vormen. In de Japanse filosofie ben je juist pas mens in relatie tot anderen. Haal al je relaties weg en er blijft eigenlijk niemand over. Dat ene verschil werkt door in ethiek, politiek en kunst.

Een les die je niet kunt meten
In zijn proefschrift beschrijft Timmenga filosofie als een reeks transformatieve ervaringen: momenten waarop je kijk op de wereld verandert. Zo kunnen ook meditatie of poëzie onder filosofie vallen.

Maar hoe weet een docent of zo'n les gelukt is? Kennis kun je toetsen, een veranderd perspectief niet. Timmenga interviewde filosofiedocenten en hoorde steeds hetzelfde: ze kunnen het niet meten, maar ze zien en voelen of studenten gegrepen zijn. Eén docent zei het zo: "Ze moeten weten wat Plato gezegd heeft. Maar ik hoop ook dat ze anders mijn college verlaten dan ze binnengekomen zijn."

Timmenga vergelijkt het met kunst. Over een film of toneelstuk ben je het niet altijd eens, maar dat oordeel is niet willekeurig. Juist het gesprek erover levert gedeelde waarden op. Interculturele filosofie is volgens hem daarom in de kern een gesprek over wat we waardevol en betekenisvol vinden.

Nu te beluisteren: als je wijk als eerste van het aardgas af gaat
In aflevering 4 is socioloog Irene Bronsvoort te gast. Ze promoveerde bij de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht. Jarenlang volgde ze hoe de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken als een van de eerste wijken van het aardgas af ging. Ze vertelt waarom klassieke informatieavonden soms hun eigen weerstand organiseren, en wat er gebeurde toen bewoners op een podium stonden en ambtenaren in de zaal zaten.

Het Lekenpraatje is een productie van Studio Brandaan en wordt onafhankelijk van universiteiten gemaakt. Elke aflevering legt een promovendus in drie minuten en in gewone mensentaal uit waar het onderzoek over gaat. Daarna volgt een gesprek met podcasthost Antoine Steenkamer en dr. Abe Hendriks. Nieuwe afleveringen verschijnen om de week op dinsdag op Spotify, YouTube en Apple Podcasts.

Lees ook
De Persruimte © 2026 De Persruimte · Nieuws insturen · Contact